29/07/2017 13:43:58 Adviesverlening
Omdat de inhoud van de website frequent wordt geactualiseerd, vermelden we steeds de datum van de printversie.

Adviesverlening

Adviesverlening zorgt ervoor dat specifieke (sector)belangen meegenomen worden bij het voorstellen en afwegen van alternatieven inzake een probleemstelling, bij de totstandkoming van de definitieve keuze en bij de motivering van de beslissing van de bevoegde overheid.

Betrek de adviesinstanties al van vroeg in het proces – en dus niet alleen bij de formele adviesvergadering. Geef hen doorheen het proces de nodige (informele) inspraakmogelijkheden en feedback. Wederzijds mag je van een adviesinstantie verwachten dat men inschat hoe een initiatief mogelijk kan gemaakt worden, eerder dan te kijken waarom een initiatief niet mogelijk is. 

Het decreet voorziet een aantal bestuursorganen, entiteiten of ambtenaren die behoren tot de instanties die advies geven over het (ontwerp van) projectbesluit. Dit zijn de bestuursorganen, entiteiten of ambtenaren  die gemachtigd zijn om in de vergunningen, machtigingen en toestemmingen te verlenen die inbegrepen zitten in het projectbesluit of die bevoegdheden hebben wat de zogenaamde “Vlaamse beschermingen”.
Het is aangewezen om deze bestuursorganen, entiteiten of ambtenaren in de mate van het mogelijk nu reeds te betrekken. Zo detecteer je nu al bekommernissen bij de concrete realisatie van een complex project.

In de onderzoeksfase geven de adviesinstanties een advies over:
1. de alternatievenonderzoeksnota,
2. het voorontwerp van voorkeursbesluit.

Let op
Een voorkeursbesluit is een reglementair besluit. Zo’n besluit moet, na het openbaar onderzoek maar voor definitieve vaststelling, voor advies worden voorgelegd aan de Raad van State, afdeling Wetgeving, toch als het gaat om een beslissing van de Vlaamse Regering. 

Merk op
Inzake adviesverlening is – met het oog op de procesaanpak zoals die met dit decreet gepaard gaat – een “Code van Goede Praktijk” uitgeschreven.  

 

Wie wordt om advies gevraagd?

Zowel over de alternatievenonderzoeksnota als over het voorontwerp van voorkeursbesluit moet aan verschillende instanties advies gevraagd worden.
 
Deze instanties zijn op te delen in 4 categorieën:
 
 1. de beleidsdomeinen op Vlaams niveau die voor het complexe project relevant zijn;
 2. de strategische adviesraden op Vlaams, provinciaal en/of gemeentelijk niveau;
 3. de betrokken lokale overheden;
 4. limitatief opgesomde instanties.

In geval van mogelijke aanzienlijke effecten op mens en milieu van een andere lidstaat of gewest (of indien deze daarom verzoeken) moet de procesverantwoordelijke de documenten (alternatievenonderzoeksnota, ontwerp van voorkeursbesluit) aan de andere lidstaat/gewest bezorgen. 
 
Deze instanties zijn dezelfde bij de alternatievenonderzoeksnota als bij het voorontwerp van voorkeursbesluit.
 
Deze verplichte adviesvraag verhindert geenszins dat er op vrijwillige basis aan andere instanties advies gevraagd wordt.
 

 Beleidsdomeinen op Vlaams niveau

Binnen de Vlaamse overheid zijn momenteel volgende 13 beleidsdomeinen:

1. het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (RWO);
2. het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE);
3. het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW);
4. het beleidsdomein Bestuurszaken (BZ);
5. het beleidsdomein Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid (DAR);
6. het beleidsdomein Internationaal Vlaanderen (iV);
7. het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI);
8. het beleidsdomein Onderwijs en Vorming (OV);
9. het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG);
10. het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM);
11. het beleidsdomein Werk en Sociale Economie (WSE);
12. het beleidsdomein Landbouw en Visserij (LV);
13. het beleidsdomein Financiën en Begroting (FB).

Advies moet gevraagd worden aan de beleidsdomeinen die voor het complexe project relevant zijn.

Enkele beleidsdomeinen zijn duidelijk altijd relevant.
Dit zijn het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed en het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie, al was het omdat een complex project om een geïntegreerd vergunningen- en ruimtelijk planproces vraagt.

Wat betreft het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken is het zo dat complexe projecten zo goed als altijd wel een impact hebben op mobiliteitsaspecten of verkeer.

De relevantie is ook afhankelijk van de inhoud van het complexe project.
Ter illustratie kan gedacht worden aan:

 

Inhoud Entiteit Beleidsdomein 
Woonkwesties Agentschap Wonen Vlaanderen RWO 
Onroerend  erfgoed o.a. monumenten, stads- en dorpsgezichten Agentschap Onroerend Erfgoed RWO
Natuur en bos Agentschap Natuur en Bos LNE
Milieuvergunningen, afvalwater Vlaamse Milieumaatschappij LNE
Grondwaterwinning De Watergroep / VMW LNE
Afvalverwerking, te saneren gronden Openbare Afvalstoffenmaatschappij LNE
Kustzonebeheer, zeewering strandconcessies, … Afdeling Kust MOW
Bepaalde voorzieningen rond een stationsgebouw de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn MOW
Architecturaal  beleid van de Vlaamse Gemeenschap, een architecturaal kwalitatieve leefomgeving
de Vlaamse Bouwmeester     Bestuurszaken
 Toeristische  voorzieningen, verblijfsrecreatie, recreatiegebied  Toerisme Vlaanderen    Internationaal Vlaanderen
Zorginstellingen, kinderopvangplaatsen   Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Gebieden die zijn of worden aangeduid als agrarisch gebied Departement Landbouw en Visserij
Agentschap voor Landbouw en Visserij
Landbouw en Visserij
Sportinfrastructuur BLOSO Cultuur, Jeugd, Sport en Media
Industriegebied, bedrijventerrein of een ermee vergelijkbaar gebied, gebieden bestemd voor de vestiging van kleinhandelsbedrijven, … Agentschap Ondernemen Economie, Wetenschap en Innovatie
     

 

 

 Strategische adviesraden op Vlaams, provinciaal en gemeenteljk niveau

Betrek strategische adviesraden zo vroeg mogelijk in het proces, op een moment dat nog over (strategische) keuzes kan worden gediscussieerd. Zo geef je die raden de kans om vanuit hun specifieke deskundigheid en samenstelling niet alleen tijdig kennis te krijgen over de doelstellingen en mogelijke oplossingspistes van het project maar ook de nodige aandachtspunten en eigen suggesties mee te geven voor te onderzoeken pistes.

Op Vlaams niveau bestaan momenteel de volgende strategische adviesraden :

1. de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed (SARO);
2. de Strategische Adviesraad Vlaamse Woonraad (Vlaamse Woonraad);
3. de Strategische Adviesraad Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad);
4. de Strategische Adviesraad Mobiliteitsraad (MORA);
5. de Strategische Adviesraad Internationaal Vlaanderen (SARiV);
6. de Strategische Adviesraad Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV);
7. de Strategische Adviesraad Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI);
8. de Strategische Adviesraad Vlaamse Onderwijsraad (Vlor);
9. de Strategische Adviesraad Welzijn, Gezondheid en Gezin (SARWGG);
10. de Strategische Adviesraad Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC);
11. de Strategische Adviesraad Landbouw en Visserij (SALV);
12. de Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken (VLABEST).

De strategische adviesraden op Vlaams niveau die voor het complexe project relevant zijn, moeten om advies gevraagd worden als de Vlaamse Regering de startbeslissing heeft genomen. Enkel de relevante gewestelijke strategische adviesraden zullen dan om advies gevraagd worden. Zoals bij de relevante beleidsdomeinen, zullen ook hier adviesraden zijn die steeds relevant zijn, terwijl andere adviesraden in functie van de inhoud van het project relevant zijn.

Op provinciaal niveau kunnen er verschillende adviesraden bestaan. Hierbij valt te denken aan:

1. een provinciale commissie voor ruimtelijke ordening;
2. een provinciale adviesraad voor Ouderen;
3. een provinciale cultuurraad;
4. ...

De betrokken provinciale commissies voor ruimtelijke ordening moeten om advies gevraagd worden als een provincieraad de startbeslissing heeft genomen.

Ook op gemeentelijk niveau kunnen er verschillende adviesraden bestaan.

Er moet advies gevraagd worden aan de gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening van de gemeenten die geheel of gedeeltelijk behoren tot de geografische werkingssfeer van het geplande project, als een gemeenteraad de startbeslissing heeft genomen.

 Betrokken lokale overheden

Ook lokale besturen worden gevraagd om een advies te geven over een alternatievenonderzoeksnota en een voorontwerp van voorkeursbesluit.

Zo moet er steeds advies gevraagd worden aan:
1. de gemeenten die geheel of gedeeltelijk behoren tot de geografische werkingssfeer van het geplande project;
2. de provincie of provincies waarin deze gemeenten liggen.

Logischerwijze moet de lokale overheid die de startbeslissing heeft genomen, geen advies aan zichzelf vragen.

Heeft de provincieraad de startbeslissing genomen, dan wordt ook advies gevraagd aan de deputatie van de betrokken provincies.

Heeft de gemeenteraad de startbeslissing heeft genomen, dan wordt ook advies gevraagd aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeenten die geheel of gedeeltelijk behoren tot de geografische werkingssfeer van het geplande project.

Ook hier is het zo dat de lokale overheid die de startbeslissing heeft genomen, geen advies aan zichzelf moet vragen.

 Limitatief opgesomde instanties

Tot slot zijn er een aantal adviesinstanties die limitatief opgesomd worden. Deze instanties zullen maar in welbepaalde gevallen om advies gevraagd worden.

Hierbij valt te denken aan de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, het Directoraal-Generaal Luchtvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Verkeer, het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, ...

De lijst van deze adviesinstanties is opgenomen in artikel 8, §4, van het besluit van XXX tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten.

 Wat met instanties die niet om advies gevraagd zijn?

De alternatievenonderzoeksnota wordt op de website www.complexeprojecten.be bekend gemaakt. Adviesraden, entiteiten en ambtenaren kunnen aldus de stand van een complex project opvolgen.

Merkt een strategische adviesraad, een entiteit of een ambtenaar dat hij om één of andere reden niet om een (deel)advies is gevraagd, kan deze adviesraad, entiteit of ambtenaar op eigen initiatief een advies uitbrengen.

Deze mogelijkheid wordt uitdrukkelijk voorzien voor entiteiten of ambtenaren binnen een beleidsdomein en voor gewestelijke strategische adviesraden, maar geldt ook voor andere instanties.
Entiteiten of ambtenaren binnen een beleidsdomein die uit eigen beweging een advies uitbrengen, zullen dit moeten doen via de leidend ambtenaar van het departement van hun beleidsdomein.  Deze entiteiten of ambtenaren en de strategische adviesraden zullen hun advies wel moeten uitbrengen binnen de juiste termijn. 

 

Hoe verloopt de adviesverlening?

 Hoe verloopt de adviesverlening inzake de alternatievenonderzoeksnota?
  • Hoe wordt een advies gevraagd en uitgebracht?

Het is de procesverantwoordelijke die het advies aan de verschillende instanties vraagt.

Hij vraagt dit advies op het moment dat hij de alternatievenonderzoeksnota aan deze instanties bezorgt. Als je reeds de naam van een contactpersoon kent bij de adviesinstantie, geef dit dan aan.

Voor entiteiten of ambtenaren op Vlaams niveau wordt er niet langer rechtstreeks advies gevraagd aan (ambtenaren van) departementen, agentschappen, afdelingen of diensten op Vlaams niveau, maar aan de leidend ambtenaar van het departement van de beleidsdomeinen die relevant zijn voor het complexe project.

Deze leidend ambtenaar staat vervolgens in voor het opvragen van de nodige adviezen binnen het relevante beleidsdomein. Binnen een beleidsdomein zullen dus afspraken gemaakt moeten worden over de wijze waarop deeladviezen gevraagd en verleend worden.

De leidend ambtenaar brengt een gecoördineerd advies uit namens het beleidsdomein in kwestie. 

De strategische adviesraden, betrokken lokale overheden en limitatief opgesomde instanties worden op de geijkte manier om advies verzocht.

De verschillende adviesinstanties hebben 45 dagen om hun advies aan de procesverantwoordelijke te bezorgen. Deze termijn gaat in op de dag na de datum van de ontvangst van het verzoek om advies.

Het is aangewezen een breed overleg te voorzien om het geheel van adviezen en andere ontvangen opmerkingen te bespreken. Verschillende onderdelen van het geïntegreerd onderzoek worden besproken op het overleg. Maak in de agenda een onderscheid tussen de bespreking van het milieukundig onderzoek, het ruimtelijk onderzoek, de financiële kosten- en batenanalyse,...   

  • Hoe wordt een vrijwillig advies uitgebracht?

Entiteiten of ambtenaren binnen een beleidsdomein die uit eigen beweging een advies uitbrengen, moeten dit eveneens aan de leidend ambtenaar van het departement van hun beleidsdomein uitbrengen. Ook andere instanties, waaronder strategische adviesraden, kunnen uit eigen beweging een advies uitbrengen.  

Leidende ambtenaren die een advies uitbrengen naar aanleiding van een vrijwillig door een entiteit of ambtenaar uitgebracht advies, en strategische adviesraden die uit eigen initiatief een advies uitbrengen, beschikken eveneens over 45 dagen om dit te doen. In dit geval gaat de termijn van 45 dagen in op de eerste dag van de publicatie van de alternatievenonderzoeksnota op de website complexe projecten.

  • Overmaken van uitgebrachte adviezen

De procesverantwoordelijke bezorgt de uitgebrachte adviezen aan het multidisciplinair projectteam.

De procesverantwoordelijke bezorgt de uitgebrachte adviezen aan de dienst Mer, binnen tien dagen na het verstrijken van de termijn van 45 dagen.
 De dienst Mer dient bij het beslissen over de reikwijdte en het detailleringsniveau van de informatie die in het MER moet worden opgenomen, immers rekening te houden met de uitgebrachte adviezen, de opmerkingen van het publiek en het resultaat van de grensoverschrijdende raadpleging.

 Hoe verloopt de adviesverlening inzake het voorontwerp van voorkeursbesluit?

De instanties die advies geven over het voorontwerp van voorkeursbesluit zijn dezelfde als deze die advies geven over de alternatievenonderzoeksnota.

Ook hier is het de procesverantwoordelijke die de synthesenota en het voorontwerp van voorkeursbesluit bezorgt aan de leidende ambtenaren en de andere adviesinstanties. De procesverantwoordelijke vraagt hen om een advies te verlenen. Als je reeds de naam kent van een contactpersoon, geef dit dan aan.

Tevens nodigt de procesverantwoordelijke de leidende ambtenaren en de andere adviesinstanties uit op een adviesvergadering.

Tussen enerzijds de uitnodiging en het bezorgen van de synthesenota en het voorontwerp van voorkeursbesluit en de adviesvergadering anderzijds is een termijn van minstens dertig dagen. Dit geeft de adviesinstanties de mogelijkheid om de documenten, en dus het complexe project, nader te bekijken.

De adviesinstanties geven hun advies uiterlijk op het moment van de adviesvergadering. Verschillende rapporten en nota's worden besproken op de vergadering. Maak in de agenda een onderscheid tussen de bespreking van het geïntegreerd onderzoek (strategisch MER, ruimtelijk onderzoek, financiële kosten en baten) en het voorontwerp voorkeursbesluit.  

  

 Ik heb een vraag

 

Naam*:
Bedrijf:

Straat:

Nr:
Postcode:

Gemeente:

E-mail*:

Ik heb een vraag over*:

Uw vraag*:

* Required