30/05/2017 5:31:15 Rechtsgevolgen en verval
Omdat de inhoud van de website frequent wordt geactualiseerd, vermelden we steeds de datum van de printversie.

Rechtsgevolgen en verval

Het voorkeursbesluit houdt de vaststelling in van een op strategisch niveau gekozen alternatief.

Aan een definitief vastgesteld voorkeursbesluit kunnen dan ook een aantal rechtsgevolgen verbonden worden.

Omdat de nieuwe procesaanpak erop gericht is om een complex project tot een goed einde te brengen en om de rechtsgevolgen van een voorkeursbesluit niet oneindig te laten aanslepen, is er ook voorzien in een verval van (de rechtsgevolgen van) een definitief vastgesteld voorkeursbesluit.

 

Rechtsgevolgen die aan een voorkeursbesluit verbonden kunnen worden

Verval van de rechtsgevolgen, verbonden aan een voorkeursbesluit

Verval van het voorkeursbesluit zelf

Rechtsgevolgen van het voorkeursbesluit

Aan een definitief vastgesteld voorkeursbesluit kunnen de volgende rechtsgevolgen gekoppeld worden:

1. een bouwverbod of bouwbeperkingen.
Bouwbeperkingen zijn in de regel bedoeld voor de bestaande gebouwen, constructies, infrastructuren, … binnen de “zeker nodige zone”. Het is immers nuttig (en nodig) om na te denken over wat nog mogelijk is voor deze bestaande zaken in de uitwerkingsfase en de effectieve realisatie van het project.

Wordt een bouwverbod opgelegd, dan ga je er eigenlijk van uit dat aan de bestaande zaken geen vergunningsplichtige handelingen meer mogelijk zijn, enkel nog – tot aan de onteigening dan wel het eventuele verval van het bouwverbod – de hoogstnoodzakelijke onderhouds- en instandhoudingswerken.

Doordat het voorkeursbesluit opgenomen wordt in het plannenregister, zijn het bouwverbod en de bouwbeperkingen voor iedereen kenbaar.

Een bouwverbod of bouwbeperkingen moeten worden aangeduid in het grafische plan.

2. de mogelijkheid het betrokken gebied te betreden om onderzoeken te doen.
Dit kan bv. gaan om het uitvoeren van een grondboring om de geschiktheid van de bodem te controleren voor het boren van een tunnel of om het uitvoeren van onderzoeken inzake bodemvervuiling of archeologie.

3. de mogelijkheid te onteigenen ten algemenen nutte.
Wel is het zo dat geen afbreuk mag worden gedaan aan de onteigeningswetgeving, ook niet wat de bevoegdheid tot onteigenen betreft.

Zo zal er een onteigeningsplan moeten worden opgemaakt en kan het zijn dat een onteigeningsmachtiging bekomen moet worden.

4. het recht van voorkoop.
Het grafische plan zal de gebieden moeten afbakenen waarin het recht van voorkoop geldt. Geeft het grafisch plan geen zones aan, dan geldt er geen recht van voorkoop in toepassing van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten.

5. de mogelijkheid een vergunning, machtiging of toestemming te weigeren als de aanvraag onverenigbaar is met het voorkeursbesluit.
Een weigering is niet verplicht, tenzij in de gebieden waar een bouwverbod of bouwbeperkingen zijn opgelegd. In die gebieden wordt een vergunning, machtiging of toestemming geweigerd als het aangevraagde valt onder dit verbod of deze beperkingen,

6. de onmogelijkheid om besluiten tot bescherming te nemen als deze bescherming de realisatie van het voorkeursbesluit kennelijk in het gedrang brengt.

Als het (ontwerp van) voorkeursbesluit een van de eerste vier rechtsgevolgen bevat, moet dit uitdrukkelijk in het besluit vermeld worden.

Verval van de rechtsgevolgen, verbonden aan een voorkeursbesluit

Wat betreft de rechtsgevolgen, verbonden aan het voorkeursbesluit, bestaan er twee soorten van vervalregeling.

De eerste vervalregeling heeft betrekking op:
1. het bouwverbod of bouwbeperkingen,
2. de anticipatieve weigeringsmogelijkheid,
3. de betredingsmogelijkheid;
4. een anticipatieve weigering van bepaalde beschermingen als deze de realisatie van het voorkeursbesluit kennelijk in het gedrang brengt.

Deze rechtsgevolgen vervallen van rechtswege:

1. drie jaar na de inwerkingtreding van het voorkeursbesluit.
Deze termijn kan gemotiveerd verlengd worden met maximaal drie jaar.

Een verlenging kan nodig zijn als de uitwerkingsfase ter voorbereiding van het projectbesluit complex is, als er meerdere projectbesluiten (nodig) zijn ter uitwerking van een voorkeursbesluit, …

2. bij de inwerkingtreding van een projectbesluit voor het gebied waarop het projectbesluit betrekking heeft.
De tweede vervalmogelijkheid is ingeschreven vanuit de bedoeling dat het projectbesluit expliciet aangeeft hoe wordt omgegaan met de rechtsgevolgen van het voorkeursbesluit en – zo nodig – eigen rechtsgevolgen in de plaats stelt.
Sommige rechtsgevolgen zullen de facto worden opgeheven omdat het projectbesluit in de plaats komt en ten aanzien van de “reservaties” een invulling heeft geboden. Andere rechtsgevolgen blijven – al dan niet aangepast – gelden, inzonderheid voor de gebieden die niet door het projectbesluit zijn bestreken.

3. bij het verval van een voorkeursbesluit (als binnen zes jaar na inwerkingtreding ervan geen eerste projectbesluit definitief is vastgesteld).

Bovendien wordt de (eventueel verlengde) termijn geschorst zolang een beroep tot vernietiging aanhangig is bij de Raad van State.

De tweede vervalregeling heeft betrekking op:
1. de mogelijkheid te onteigenen ten algemenen nutte,
2. het recht van voorkoop.

Deze rechtsgevolgen vervallen van rechtswege bij het verval van een voorkeursbesluit (als binnen zes jaar na inwerkingtreding ervan geen eerste projectbesluit definitief is vastgesteld).

De op basis van het voorkeursbesluit opgestarte procedures van onteigeningen of een door het voorkeursbesluit gecreëerd recht van voorkoop mogen niet van rechtswege vervallen door het louter tot stand komen van een projectbesluit. Deze procedures kunnen met andere woorden worden verdergezet.

De onteigeingsmachtiging in het voorkeursbesluit blijft dan ook de rechtsgrond vormen voor die onteigening die reeds afgerond werd of nog lopende is en voor dat recht van voorkoop.

In het projectbesluit kan worden bepaald of de mogelijkheid te onteigenen dan wel of het recht van voorkoop, vervalt voor het gebied waarop (het herkenbaar onderdeel dat geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan van) het projectbesluit betrekking heeft.

Verval van het voorkeursbesluit

Een  voorkeursbesluit vervalt van rechtswege als binnen zes jaar na de inwerkingtreding ervan geen eerste projectbesluit definitief is vastgesteld.

Bijkomend is het zo dat de overheid die het voorkeursbesluit heeft vastgesteld, het door haar definitief vastgestelde voorkeursbesluit kan opheffen, toch zolang er geen definitief vastgesteld projectbesluit is.

De vervaltermijn van 6 jaar wordt geschorst zolang een beroep tot vernietiging van het voorkeursbesluit aanhangig is bij de Raad van State.

 Ik heb een vraag

 

Naam*:
Bedrijf:

Straat:

Nr:
Postcode:

Gemeente:

E-mail*:

Ik heb een vraag over*:

Uw vraag*:

* Required