20/09/2017 4:15:19 Adviesverlening
Omdat de inhoud van de website frequent wordt geactualiseerd, vermelden we steeds de datum van de printversie.

Adviesverlening

Ook in de uitwerkingsfase zorgt adviesverlening ervoor dat specifieke (sector)belangen worden meegenomen bij het verder gedetailleerd uitwerken van het project. Betrek de adviesinstanties dan ook zowel informeel als formeel in deze fase.

De Vlaamse Regering heeft deze adviesinstanties aangewezen bij besluit van 12 december 2014 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten.

Het decreet geeft aan dat het projectbesluit als een aantal huidige vergunningen, machtigingen en toestemmingen zal kunnen gelden. De instanties die in de sectorale procedures bevoegd zijn om deze beslissingen te nemen, worden ook als adviesinstantie over het (ontwerp van) projectbesluit beschouwd, wil het projectbesluit effectief als dergelijke vergunning, machtiging, toestemming gelden.

In de uitwerkingsfase geven de adviesinstanties een advies over:
1. de projectonderzoeksnota,
2. het voorontwerp van projectbesluit.

Merk op
Inzake adviesverlening is – met het oog op de procesaanpak zoals die met dit decreet gepaard gaat – een zogenaamde “Code van Goede Praktijk” uitgeschreven. Deze kan je helpen om de advisering in goede banen te leiden.

 

Wie wordt om advies gevraagd?

Zowel over de projectonderzoeksnota als over het voorontwerp van projectbesluit moet aan verschillende instanties advies gevraagd worden.
 
Deze instanties zijn op te delen in 4 categorieën:
 
 1. de beleidsdomeinen op Vlaams niveau die voor het complexe project relevant zijn;
 2. de bestuursorganen, entiteiten of ambtenaren die gemachtigd zijn om de vergunningen, machtigingen en toestemmingen te verlenen die inbegrepen zitten in het projectbesluit of die bevoegdheden hebben inzake de zogenaamde “Vlaamse beschermingen”,
 3. de betrokken lokale overheden,
 4. limitatief opgesomde instanties.
In geval van mogelijke aanzienlijke effecten op mens en milieu van een andere lidstaat of gewest (of indien deze daarom verzoeken) moet de procesverantwoordelijke de documenten (projectonderzoeksnota, ontwerp van projectbesluit) aan de andere lidstaat/gewest bezorgen. 

Deze verplichte adviesvraag verhindert geenszins dat er op vrijwillige basis aan andere instanties advies gevraagd wordt of dat instanties - onder voorwaarden - uit eigen beweging advies uitbrengen. Zo zouden strategische adviesraden vanuit hun doelstelling een advies kunnen uitbrengen over een ontwerp van projectbesluit. Of specifieke instanties zoals de Astrid veiligheidscommissie, de brandweer,... 

 Beleidsdomeinen op Vlaams niveau

Binnen de Vlaamse overheid zijn momenteel volgende 13 beleidsdomeinen:

1. het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (RWO);
2. het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE);
3. het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken (MOW);
4. het beleidsdomein Bestuurszaken (BZ);
5. het beleidsdomein Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid (DAR);
6. het beleidsdomein internationaal Vlaanderen (iV);
7. het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI);
8. het beleidsdomein Onderwijs en Vorming (OV);
9. het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG);
10. het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM);
11. het beleidsdomein Werk en Sociale Economie (WSE);
12. het beleidsdomein Landbouw en Visserij (LV);
13. het beleidsdomein Financiën en Begroting (FB).

Advies moet gevraagd worden aan de beleidsdomeinen die voor het complexe project relevant zijn.

Enkele beleidsdomeinen zijn duidelijk altijd relevant.
Dit zijn het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed en het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie, al was het omdat een complex project om een geïntegreerd vergunningen- en ruimtelijk planproces vraagt.

Wat betreft het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken is het zo dat complexe projecten zo goed als altijd wel een impact hebben op mobiliteitsaspecten of verkeer.

De relevantie van het project voor een beleidsdomein is afhankelijk van de inhoud van het complexe project.

 Betrokken bestuursorganen, entiteiten of ambtenaren

Artikel 40 van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten geeft aan dat het projectbesluit in voorkomend geval geldt als een aantal beslissingen (op voorwaarde dat het projectbesluit vermeldt als welke van de opgesomde sectorale vergunningen, machtigingen, toestemmingen, … het geldt).

Artikel 41 bevat zogenaamde “Vlaamse beschermingen” waaraan het projectbesluit wijzigingen of opheffingen kan doorvoeren. Dit artikel omvat “Vlaamse beschermingen” met een meer verordenend karakter. Een voorbeeld hiervan is beslissing tot het geheel of gedeeltelijk opheffen of wijzigen van het besluit tot bescherming van een monument of stads- of dorpsgezicht.

De bestuursorganen, entiteiten of ambtenaren die gemachtigd zijn om in voorkomend geval de beslissingen te nemen die deze twee artikelen vermelden, behoren in elk geval  tot de instanties die advies geven over het voorontwerp van projectbesluit.
Elke instantie die dus momenteel in de sectorale procedures bevoegd is om vergunningen, machtigingen en toestemmingen te verlenen of bevoegdheden heeft wat de zogenaamde “Vlaamse beschermingen” betreft, zal dus in principe deel uitmaken van de te raadplegen instanties die advies geven over het voorontwerp van projectbesluit.
Om echter ten volle met eventuele sectorale bekommernissen rekening te kunnen houden, is het aangewezen om deze bestuursorganen, entiteiten of ambtenaren reeds te betrekken bij de adviesverlening over de projectonderzoeksnota.

Indien in de uitwerkingsfase bv. een archeologienota moet opgemaakt worden, dan zal het agentschap Onroerend Erfgoed deze bekrachtigen via een advies op het voorontwerp van projectbesluit.  

 Betrokken lokale overheden

Zoals in de onderzoeksfase over de alternatievenonderzoeksnota en het voorontwerp van voorkeursbesluit, wordt in deze fase aan de lokale besturen gevraagd om een advies te geven over de projectonderzoeksnota en het voorontwerp van projectbesluit.

Zo moet er steeds advies gevraagd worden aan:
1. de gemeenten die geheel of gedeeltelijk behoren tot de geografische werkingssfeer van het geplande project;
2. de provincie of provincies waarin deze gemeenten liggen.

Logischerwijze moet de lokale overheid die het voorkeursbesluit heeft genomen, geen advies aan zichzelf vragen.

Heeft de provincieraad het voorkeursbesluit genomen, dan wordt ook advies gevraagd aan de deputatie van de betrokken provincies.

Heeft de gemeenteraad het voorkeursbesluit genomen, dan wordt ook advies gevraagd aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeenten die geheel of gedeeltelijk behoren tot de geografische werkingssfeer van het geplande project.

Ook hier is het zo dat de lokale overheid die het voorkeursbesluit heeft genomen, geen advies aan zichzelf moet vragen.

 Limitatief opgesomde instanties
Ook in deze fase zijn er een aantal adviesinstanties die limitatief opgesomd worden. Deze instanties zullen maar in welbepaalde gevallen om advies gevraagd worden.
 
Hierbij valt te denken aan de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, het Directoraat-Generaal Luchtvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Verkeer, het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, ...
 
De lijst van deze adviesinstanties is opgenomen in artikel 15, §4, van het besluit van XXX tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten.
 Wat met instanties waaraan geen advies gevraagd is?

Instanties waaraan geen advies gevraagd is, kunnen op eigen initiatief een advies uitbrengen.

Deze mogelijkheid wordt uitdrukkelijk voorzien voor entiteiten of ambtenaren binnen een beleidsdomein, maar geldt  ook voor andere instanties.

Zo kunnen strategische adviesraden die reeds een advies hebben kunnen geven bij het voorkeursbesluit, ook in de uitwerkingsfase een advies uitbrengen, als ze van oordeel zijn dat een aantal belangrijke krachtlijnen ten aanzien van het project naar deze fase werden doorgeschoven. Niets staat er in de weg dat deze adviesraden, op het ogenblik dat zij advies geven in de onderzoeksfase, reeds kenbaar maken dat ze advies wensen te geven in de uitwerkingsfase.

Entiteiten of ambtenaren binnen een beleidsdomein die uit eigen beweging een advies willen uitbrengen, zullen dit wel slechts kunnen via de betrokken leidend ambtenaar van het departement van hun beleidsdomein en binnen de hiervoor voorziene procedure.

 

Hoe verloopt de adviesverlening? 

 Hoe verloopt de adviesverlening inzake de projectonderzoeksnota?
  • Hoe wordt een advies gevraagd en uitgebracht?

Het is de procesverantwoordelijke die het advies aan de verschillende instanties vraagt.

Hij vraagt dit advies op het moment dat hij de projectonderzoeksnota aan deze instanties bezorgt. Als je reeds de naam kent van een contactpersoon bij de adviesinstantie, geef dit dan aan. 

Voor de voor het complexe project relevante beleidsdomeinen op Vlaams niveau wordt er niet langer rechtstreeks advies gevraagd aan (ambtenaren van) departementen, agentschappen, afdelingen of diensten op Vlaams niveau, maar aan de leidend ambtenaar van het departement van de beleidsdomeinen die relevant zijn voor het complexe project.

Deze leidend ambtenaar staat vervolgens in voor het opvragen van de nodige adviezen binnen het relevante beleidsdomein. Binnen een beleidsdomein zullen dus afspraken gemaakt moeten worden over de wijze waarop deeladviezen gevraagd en verleend worden.

De leidend ambtenaar brengt een gecoördineerd advies uit namens het beleidsdomein in kwestie.

De bestuursorganen, entiteiten of ambtenaren die gemachtigd zijn om in voorkomend geval de beslissingen te nemen die artikel 40 en 41 van het decreet vermelden, zijn geen formele adviesinstanties over de projectonderzoeksnota.
Nochtans kan het nuttig zijn deze bestuursorganen, entiteiten of ambtenaren ook te betrekken in de adviesverlening rond de projectonderzoeksnota.

De betrokken lokale overheden en de limitatief opgesomde instanties worden op de geijkte manier om advies verzocht.

De formele adviesinstanties hebben 45 dagen om hun advies aan de procesverantwoordelijke te bezorgen. Deze termijn gaat in op de dag na de datum van de ontvangst van het verzoek om advies.

  • Hoe wordt een vrijwillig advies uitgebracht?

Entiteiten of ambtenaren binnen een beleidsdomein die uit eigen beweging een advies uitbrengen, moeten dit eveneens aan de leidend ambtenaar van het departement van hun beleidsdomein uitbrengen. Ook andere instanties, waaronder strategische adviesraden, kunnen uit eigen beweging een advies uitbrengen.

Leidende ambtenaren die een advies uitbrengen naar aanleiding van een vrijwillig door een entiteit of ambtenaar uitgebracht advies, en strategische adviesraden die uit eigen initiatief een advies uitbrengen, beschikken eveneens over 45 dagen om dit te doen. In dit geval gaat de termijn van 45 dagen in op de eerste dag van de publicatie van de projectonderzoeksnota op de website complexe projecten.

  • Overmaken van uitgebrachte adviezen

De procesverantwoordelijke bezorgt de uitgebrachte adviezen aan het projectteam en aan de dienst Mer, binnen tien dagen na het verstrijken van de termijn van 45 dagen.
De dienst Mer dient bij het beslissen over de reikwijdte en het detailleringsniveau van de informatie die in het MER moet worden opgenomen, immers rekening te houden met de uitgebrachte adviezen en  het resultaat van de grensoverschrijdende raadpleging.

 Hoe verloopt de adviesverlening inzake het voorontwerp van projectbesluit?

De instanties die advies geven over het voorontwerp van projectbesluit zijn:
1. de beleidsdomeinen op Vlaams niveau die voor het complexe project relevant zijn,
2. de bestuursorganen, entiteiten of ambtenaren die gemachtigd zijn om in de vergunningen, machtigingen en toestemmingen te verlenen die inbegrepen zitten in het projectbesluit of die bevoegdheden hebben wat de zogenaamde “Vlaamse beschermingen”,
3. de betrokken lokale overheden,
4. limitatief opgesomde instanties.

De procesverantwoordelijke bezorgt de synthesenota en het voorontwerp van voorkeursbesluit bezorgt aan de leidende ambtenaren en de andere adviesinstanties en vraagt hen om een advies te verlenen. Als je reeds de naam kent van een contactpersoon bij de adviesinstantie, geef dit dan aan.

Tevens nodigt de procesverantwoordelijke de leidende ambtenaren en de andere adviesinstanties uit op een adviesvergadering.

Tussen enerzijds de uitnodiging en het bezorgen van de synthesenota en het voorontwerp van projectbesluit en de adviesvergadering anderzijds is een termijn van minstens 30 dagen. Dit geeft de adviesinstanties de mogelijkheid om de documenten, en dus het complexe project, nader te bekijken.

De adviesinstanties geven hun advies uiterlijk op het moment van de adviesvergadering. Verschillende nota's en rapporten worden besproken op de vergadering. Maak in de agenda een onderscheid tussen de bespreking van de onderdelen van het geïntegreerd onderzoek (MER, ruimtelijk onderzoek, MKBA,....) en het voorontwerp projectbesluit.

   

 

 Wat met instanties waaraan geen advies gevraagd is?

Via deze website, www.complexeprojecten.be, kunnen entiteiten en ambtenaren de stand van een complex project opvolgen.

Merkt een entiteit of ambtenaar dat hij om één of andere reden niet om een (deel)advies is gevraagd of oordeelt hij dat het complexe project een aspect van zijn bevoegdheid raakt, kan deze entiteit of ambtenaar op eigen initiatief een advies uitbrengen.
 
Voor entiteiten en ambtenaren binnen een beleidsdomein geldt wel dat een advies aan de secretaris-generaal van het departement van hun beleidsdomein moet worden bezorgd, in geval van een advies over de projectonderzoeksnota binnen de termijn waarover de secretaris-generaal beschikt om het advies namens het beleidsdomein in kwestie aan de procesverantwoordelijke te bezorgen.

 Ik heb een vraag

 

Naam*:
Bedrijf:

Straat:

Nr:
Postcode:

Gemeente:

E-mail*:

Ik heb een vraag over*:

Uw vraag*:

* Required