19/11/2017 20:56:15 Verval van het projectbesluit
Omdat de inhoud van de website frequent wordt geactualiseerd, vermelden we steeds de datum van de printversie.

Verval van het projectbesluit

Het projectbesluit is een beslissing over het geheel van vergunningen, machtigingen, het bestemmingsplan en het actieprogramma en omvat aspecten van beheer, monitoring en evaluatie.

Aan een definitief vastgesteld projectbesluit kunnen dan ook rechtsgevolgen gekoppeld worden.

Deze rechtsgevolgen worden de facto gekoppeld aan het projectbesluit zelf. Deze rechtsgevolgen vervallen dus niet op zich, maar vervallen samen met (delen van) het projectbesluit.

In sommige gevallen zullen bepaalde delen van het definitief vastgesteld projectbesluit komen te vervallen. Daarentegen zijn er ook delen van het definitief vastgesteld projectbesluit die niet vervallen, maar die - mits de geëigende procedure gevolgd wordt - wel aangepast, bijgesteld, opgeheven... kunnen worden.

Rechtsgevolgen die aan een projectbesluit verbonden kunnen worden

Delen van het projectbesluit die niet vervallen

Delen van het projectbesluit die wel kunnen vervallen

Rechtsgevolgen van het projectbesluit

Aan een definitief vastgesteld projectbesluit kunnen de volgende rechtsgevolgen gekoppeld worden:

1. de mogelijkheid het betrokken gebied te betreden om onderzoeken te doen.
Dit kan bv. gaan over het uitvoeren van onderzoeken inzake bodemvervuiling of archeologie.

2. de mogelijkheid te onteigenen ten algemenen nutte.
Ook hier is het zo dat geen afbreuk mag worden gedaan aan de onteigeningswetgeving, ook niet wat de bevoegdheid tot onteigenen betreft.
Zo zal er een onteigeningsplan moeten worden opgemaakt en kan het zijn dat een onteigeningsmachtiging bekomen moet worden.

3. de mogelijkheid een rooilijnplan op te maken.
Het is mogelijk dat een projectbesluit ook een ruimtelijk uitvoeringsplan integreert.
Het is dan ook evident om de specifieke regeling die een gelijktijdige opstelling van rooilijnplan en ruimtelijk uitvoeringsplan mogelijk maakt, naar analogie te laten gelden in de nieuwe, geïntegreerde procedure.

4. de mogelijkheid om een grondruilplan te koppelen aan het projectbesluit.
Het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting regelt in het instrument van de herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil. Bij dit instrument worden de gebiedsbestemmingen en de betrokken eigenaars en gebruikers gelijktijdig omgewisseld.

Het decreet betreffende de landinrichting voorziet dat die herverkaveling geïntegreerd wordt in de procedure voor opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan.
Gelet op de koppeling van het instrument aan het ruimtelijk uitvoeringsplan, moet het instrument in het kader van het decreet betreffende complexe projecten gekoppeld worden aan het projectbesluit waarvan een onderdeel geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan. (niet elk projectbesluit zal immers een herkenbaar onderdeel bevatten dat geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan).

Er is dan ook een specifieke regeling voorzien voor de opmaak, procedure en vaststelling van het voor dit instrument vereiste grondruilplan in de context van complexe projecten.

5. het recht van voorkoop.
Het  herkenbare onderdeel van het projectbesluit dat geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan zal de gebieden moeten afbakenen waarin het recht van voorkoop geldt. Geeft dit herkenbaar onderdeel geen zones aan, dan geldt er geen recht van voorkoop in toepassing van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten.

Als het (ontwerp van) projectbesluit een van deze rechtsgevolgen bevat, moet dit uitdrukkelijk in het projectbesluit vermeld worden.

Delen van het projectbesluit die niet vervallen

Drie delen van het projectbesluit vervallen niet.

Het betreft hier:
1. het herkenbare onderdeel van het projectbesluit dat geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan
2. het rooilijnplan dat gekoppeld is aan dit herkenbaar onderdeel
3. het grondruilplan dat gekoppeld is aan dit herkenbaar onderdeel.

Het herkenbare onderdeel van het projectbesluit dat geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan blijft de rechtsbasis voor projectbesluiten die een uitvoering in fasen voorzien. Het kan niet zijn dat er rekening gehouden wordt met een gefaseerde uitvoering van het project en de bestemmingswijziging voor het gehele gebied dat door het projectbesluit bestreken wordt, vervalt als om welke reden ook, de tweede fase niet tijdig wordt uitgevoerd.

Inzake het RUP-gedeelte wordt, na inwerkingtreding van het projectbesluit, teruggevallen op de “gewone” bevoegdheidsregeling inzake de wijziging van RUP’s overeenkomstig de VCRO.
Het beginsel dat lagere RUP’s niet mogen afwijken van hogere RUP’s, wordt overeenkomstig de specifieke bepaling ter zake in dit decreet, in voorkomend geval, buiten toepassing gelaten. Het afwijken van hogere RUP’s speelt uiteraard maar binnen de planningsbevoegdheid van de lokale overheid. Die kan geen zaken doorvoeren die niet tot haar bevoegdheid behoren.

Delen van het projectbesluit die wel kunnen vervallen

Alle andere delen van het projectbesluit kunnen wel vervallen. Dit zal het geval zijn als:
1. de verwezenlijking van het projectbesluit niet binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van het projectbesluit wordt gestart;
2.de werken gedurende meer dan drie jaar worden onderbroken.

De overheid die het projectbesluit heeft vastgesteld, kan deze termijnen van vijf en drie jaar verlengen, mits motivering.

Er wordt geen maximumtermijn wat betreft de verlenging opgelegd. Dit betekent echter niet dat de overheid zonder meer de geldigheid van het projectbesluit oeverloos kan blijven verlengen. Bij elke verlenging zal zij uitdrukkelijk de verlenging moeten motiveren en ingaan op de opportuniteit van de verlenging (bijvoorbeeld gesteund op het feit dat de financiering en/of de aannemingsprocedure nog niet rond zijn), op het feit dat de effectenbeoordelingen nog voldoende actueel geacht worden en op de vaststelling dat het voorwerp van het projectbesluit, als invulling van de eerdere doelstellingenformulering, nog wel voldoende relevant is.

Bovendien zal de overheid bij de verlenging moeten aangegeven voor welke (nieuwe) termijn de verlenging geldt en de nodige communicatie hiervoor voeren.

De (al dan niet verlengde) vervaltermijnen worden geschorst zolang een beroep tot vernietiging van het projectbesluit bij de Raad van State aanhangig is.

Let op!

De (al dan niet verlengde) vervaltermijnen worden gerekend per fase, toch als het projectbesluit uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het project. Voor de tweede en de volgende fasen is de aanvangsdatum van de fase in kwestie bepalend voor de vervaltermijn.

Let op!

Het verval van een projectbesluit geldt alleen voor het niet-afgewerkte gedeelte van een project. Een gedeelte is afgewerkt als het kan worden beschouwd als een afzonderlijke constructie die voldoet aan de bouwfysische vereisten, in voorkomend geval na sloping van de niet-afgewerkte gedeelten.

 Ik heb een vraag

 

Naam*:
Bedrijf:

Straat:

Nr:
Postcode:

Gemeente:

E-mail*:

Ik heb een vraag over*:

Uw vraag*:

* Required